Kan je een pony houden als huisdier? Hoewel ze natuurlijk schattig zijn, met van die korte pootjes en die onvermijdelijke manen die – och, wat leuk – altijd voor hun bolle oogjes hangen, zou ik toch nee zeggen. Nog los van de vraag of je bank het houdt als die pony er stiekem op gaat zitten als je aan het werk bent, zit je met de zindelijkheidskwestie: Voor je het weet schijt zo’n beest de hele keuken onder. Zie dan na een dag lang hard werken ’s avonds nog maar eens je prakkie met smaak naar binnen te schuiven. Ik zeg dus volmondig: neen, in mijn huis geen pony! Afijn, dat is ook maar gewoon een mening. Good old Henkie Bleker weet nog niet of hij het met me eens is. Je kunt veel zeggen over deze al dan niet sympathieke Groningse ponyboer, tevens staatsecretaris met leiderschapsaspiraties, maar niet dat ie veel verstand heeft van wetenschappelijk onderzoek. Vraag maar aan Ron Fouchier. Met de meest recente actie van onze boywonder Bleker weet ik het zeker. Blekert moet namelijk binnenkort de knoop doorhakken of pony’s en allerlei andere diertjes geschikt zijn om als huisdier te houden. Hij moet dat zelf beslissen, maar Blekermans wil of kan dat niet. En wat doe je dan in je ongekende onbenulligheid? Je laat een duur betaald onderzoek doen door Wageningse schetenwappers. Je laat hen aan een stuk of wat figuren – experts, houders, liefhebbers en werknemers van opvangcentra voor bepaalde dieren – vragen of zij de diertjes in kwestie wel of niet huisdierfähig vinden. Op basis van hun antwoorden stel je een lijst op met geschikte huisdieren. Maar wanneer komt zo’n beessie eigenlijk op die lijst? Allicht dat niet iedereen het met elkaar eens is, en waar trek je dan de grens? Hoeveel voorstanders van een dier zijn er eigenlijk nodig om het op de geschiktheidslijst te krijgen? En wat als de communis opinio (zo die al bestaat) plotseling verandert na een in de media breed uitgemeten incident waaruit blijkt dat in huize Achterberg toch al jaren een pony staat weg te kwijnen in een volgescheten keuken? Verandert dan de huisdiergeschiktheid van pony’s mee? Godsamme, aan zulk wezenloos onderzoek heb je dus geen reet. Laten we wel wezen: of iets goed of slecht is, geschikt of ongeschikt, waardevol of niet, kan je helemaal niet wetenschappelijk onderbouwen. Morele oordelen vergen arbitraire, en daarmee politieke keuzes. Of d’r nou duur onderzoek naar gedaan is of niet. Moet onze Groningse held alsnog aan de bak en knopen doorhakken. Kijk, als het kabinet toch aan het bezuinigen is op onderzoek, dan vindt Peter Achterberg, cultuursocioloog aan de FSW, dat maar het beste begonnen kan worden met Blekers rukonderzoek. En ja, dat is ook maar gewoon zijn mening!
Huisdieren zijn ook maar een mening!
Posted: 2nd May 2012 by achterberg in kwaliteit van wetenschap, ouwe mensen, politiek geneuzel, sociologelaarOmbuigen maar!
Posted: 13th March 2012 by achterberg in bestuurlijk geneuzel, politiek geneuzel, sociologelaarDe vorige editie van EM stond bol van de interviews met bewindslieden. Eerst komt Jan-Kees de Jager aan het woord: ‘Het is een mythe dat Nederland bezuinigt op onderwijs en wetenschap’. Er wordt volgens Jan-Kees hooguit een beetje ‘geschoven met het budget’. Halbe Zijlstra valt hem, even verderop in EM, bij en spreekt over een ‘gelijkblijvende begroting’ en over ‘ombuigen’. Maar onze staatsecretaris meldt in hetzelfde interview notabene doodleuk: ‘we bezuinigen bijvoorbeeld ook fors op de sociale zekerheid en de zorg’. Wat zou hier het woordje ook betekenen? Dus toch bezuinigingen in plaats van budgetneutrale ombuigingen? Maakt me ook eigenlijk niks uit. De Jager nuanceert de onderwijs- en onderzoeksproblematiek wijzend op Griekenland en de investeringen die het kabinet daarvoor pleegt: ‘Het bedrag dat we zouden verliezen als het daar écht mis gaat is veel groter’. Gelukkig maar: We gaan bezuinigen op onderwijs en wetenschap, maar we hoeven niet te vrezen dat het heel veel geld zal kosten als het hier écht misgaat. Pak van mijn hart.
Eerst was ik van plan een column te schrijven over het belang van coherentie. Bestuurders in Nederland lijken niet eens te beseffen wat ze twee seconden geleden gezegd hebben en roepen gewoon lekker wat anders in elke zin die ze tegenkomen. Gewoon omdat dat kan. Maar nu de politieke kopstukken toch in het Catshuis zitten te beslissen dat er nog wel een miljardje of wat te halen is bij onderwijs en onderzoek, heeft gezever over het intellectuele niveau van onze bewindslieden natuurlijk weinig zin. Ik zal me eens wat constructiever opstellen. En bijvoorbeeld eens kijken of er hier en daar in mijn directe omgeving nog iets valt om te buigen.
Dat kan. Bijvoorbeeld aan mijn bloedeigen faculteit. Daar wordt aan de afdeling sociologie én aan de afdeling bestuurskunde twee maal dezelfde opleiding georganiseerd en bemenst: Arbeid, Organisatie en Management. De ene opleiding AO&M leidt studenten op tot bestuurskundige door hen vakken aan te bieden over arbeid, organisatie en management. De andere opleiding doet grofweg hetzelfde maar noemt haar afgestudeerden socioloog. Je verzint het niet! Maar zo’n coherent onderwijsprogramma – waarin ieder organisatieonderdeel hetzelfde onderwijs geeft – kost natuurlijk wél wat: Ik schat ongeveer twee maal zo veel als één opleiding AO&M. Dus, waarom zouden beide opleidingen niet gewoon samenwerken? Fuseren is ook een optie. Je kunt ook, als we dan toch bezig zijn, één opleidingsvariantje opheffen en de studenten naar de andere sturen. Dan houden we vanzelf mankracht en middelen over die we elders in het onderwijs kunnen investeren. Ombuigen dus. Voor het geval dat die Haagse knuppels vergeten te investeren en ombuigingen inderdaad ook maar gewoon bezuinigingen zijn…
Peter Achterberg, cultuursocioloog aan de FSW, stelt voor dat iedereen eventjes rondkijkt en wat ombuigingsplannetjes lanceert. Dan zitten we strakjes ook nog op een potje met goud.
Het kost een paar duiten, maar dan heb je ook niks
Posted: 13th February 2012 by achterberg in bestuurlijk geneuzel, kwaliteit van wetenschap, sociologelaarEen van mijn favoriete parabels is “On Exactitude in Science” van Borges: In een fictief koninkrijk was de kunst van de cartografie zo vergevorderd dat zij in staat was een kaart van het land te leveren van ongekende omvang: zo groot en gedetailleerd als het land zelf. Hoewel het natuurlijk uitermate knap was van die supercartografen, zagen de volgende generaties van dit koninkrijk het nut van deze doorgespecialiseerde cartografen en hun kaart niet in, en lieten de cartografen met hun kaart voor wat ze waren. Het simpelweg reproduceren van de complexe werkelijkheid, daar koop je immers niks voor.
Dat dat ook anders kan aflopen leerde ik afgelopen week. Het tevredenheidsonderzoek onder medewerkers was afgerond en de resultaten waren bekend zo leerde ik via een email van het CvB. Een extern onderzoeksbureau – Effectory– had het onderzoek verricht in oktober en alles keurig netjes vervat in twee algemene onderzoeksrapporten van 177 respectievelijk 83 pagina’s. Ik vond ook nog twee voor faculteit en capaciteitgroep op maat gesneden rapporten (88 respectievelijk 54 pagina’s). Dat maakt 402 pagina’s onderzoeksbevindingen. Onder het credo, ‘niet lullen, tabellen vullen’ zullen de tevredenheidsonderzoekers gemeend hebben om van elke vraag een gemiddelde score te moeten berekenen. Zelfs de opmerkingen en suggesties van het personeel – ‘zie hierboven’ – zijn zonder enige filtering of analyse weergegeven. Gewoon een potje de werkelijkheid zo nauwkeurig en gedetailleerd mogelijk reproduceren dus!
De vraag is wat al die pagina’s vol met essentiële tabello’s dan betekenen. ‘Niet zelf bedenken – dat is schier onmogelijk – we schuiven die rapporten gewoon door naar de decanen’ moet een kloeke CvB-bestuurdert hebben gedacht. En de decanen spelen die boel natuurlijk ook door naar de afzonderlijke capaciteitsgroepen. En die zitten dan met de gebakken peren. Want wat concludeer je uit bakken en bakken data die je niet eens zelf hebt verzameld?
Gelukkig bieden de onderzoekers van Effectory uitkomst. Zij bieden namelijk – vermoedelijk voor een kleine vergoeding – diverse workshops aan waarin uitleg wordt gegeven over de resultaten en hoe je daarmee aan de slag kunt gaan! Geniaal: Je laat een tevredenheidsonderzoek doen. Dat levert gegevens die de complexiteit van de werkelijkheid heeeeeeeeel precies reproduceren. En vervolgens heb je die Effectoryfiguren nog een keer nodig om tegen een fijne vergoeding uit te leggen wat dit allemaal betekent. Ik zeg het je, hadden die cartografen van Borges deze Effectory-truc gekend, dan heersten ze nu nog!
Peter Achterberg, cultuursocioloog aan de FSW, wil de EUR kosten besparen en heeft dus maar even een kleine samenvatting van het in overvloed aanwezige kwalitatieve materiaal gemaakt: De mensa sucks, en de ICT ook!